PortalPortal  IndexIndex  FAQFAQ  ZoekenZoeken  RegistrerenRegistreren  InloggenInloggen  

Deel | 
 

 Legende van de Drakentover

Ga naar beneden 
AuteurBericht
FROST

avatar

Geslacht : Vrouw Aantal berichten : 110
Punten : 167
Join date : 20-09-09
Leeftijd : 33
Woonplaats : Den Helder

Dragon World
Leeftijd: 25 jaar
Temmer\draak: temmer, clanleider
Partner: niet op zoek, maar waar de liefde valt.. ;)

BerichtOnderwerp: Legende van de Drakentover   do okt 15, 2009 11:27 am

Aangezien het momenteel erg stil is op DW ben ik weer eens bezig gegaan met schrijven. Dat heb ik altijd al graag gedaan maar de laatste twee jaar is het er door werk en prive leven niet echt van gekomen.
Sinds 1996 ben ik aan het werk om een pure fantasy te schrijven, met Draken, Drakenruiters en alles andere wat daar een beetje bij hoort. Het is niet gemakkelijk geweest, want in de tussentijd is natuurlijk Eragon uitgekomen, en iedereen die de boeken heeft gelezen weet dat dit verhaal dus ook over een boerenjongen gaat die in verbinding raakt met een draak. Zelf heb ik tot nu toe alle Eragon boeken gelezen en ook ik wacht op boek 4! Niet alleen omdat ik dan eindelijk te weten kom hoe de reeks afloopt, maar omdat ik dan eindelijk ook MIJN boek kan afschrijven!
Ik heb heel wat aanpassingen moeten maken helaas, en aan het begin van dit jaar besloot ik maar gewoon helemaal overnieuw te beginnen, want ik kwam geen streep verder

In de volgende weken wil ik jullie stukjes laten lezen van mijn verhaal, omdat ik nieuwsgierig ben naar meningen, tips, en opbouwende kritiek. Graag zou ik dan van jullie willen weten of het verhaal toekomst heeft en of ik dan de rest nog zou moeten plaatsen/uitbrengen.

Bij deze, vanavond komt het voorstuk online!
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://drakentover.hyves.nl/
Sky
Admin
avatar

Soort : Draak
Geslacht : Vrouw Aantal berichten : 818
Punten : 1071
Join date : 12-04-09
Leeftijd : 22
Woonplaats : Rijswijk (vlak bij Den Haag)

Dragon World
Leeftijd: Veel ouder dan jij in ieder geval
Temmer\draak: -
Partner: Love isn't so simple wen you're the only one in your species

BerichtOnderwerp: Re: Legende van de Drakentover   do okt 15, 2009 5:26 pm

Klinkt erg goed, ik wil je graag helpen met inspiratie brengen! Heb je iedeeën nodig of kun je ergens niet veder kan ik je helpen. Ik schrijf zelf ook graag: Fantasy, Horror en dierenverhalen. Ook dicht ik heel veel, vooral emotionle gedichten of dingen met de elementen (vuur, water, aarde, lucht)

Dus, hulp nodig? Kom gerust naar mij ^^

_________________
Like the wind in the willows,
like the birds in the sky,
white dragon,
You will fly.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
FROST

avatar

Geslacht : Vrouw Aantal berichten : 110
Punten : 167
Join date : 20-09-09
Leeftijd : 33
Woonplaats : Den Helder

Dragon World
Leeftijd: 25 jaar
Temmer\draak: temmer, clanleider
Partner: niet op zoek, maar waar de liefde valt.. ;)

BerichtOnderwerp: Re: Legende van de Drakentover   do okt 15, 2009 5:49 pm

Nou dat klinkt leuk! Very Happy thx! Ik neem je hulp graag aan!
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://drakentover.hyves.nl/
FROST

avatar

Geslacht : Vrouw Aantal berichten : 110
Punten : 167
Join date : 20-09-09
Leeftijd : 33
Woonplaats : Den Helder

Dragon World
Leeftijd: 25 jaar
Temmer\draak: temmer, clanleider
Partner: niet op zoek, maar waar de liefde valt.. ;)

BerichtOnderwerp: Re: Legende van de Drakentover   do okt 15, 2009 6:20 pm

-INTRODUCTIE De Legende Van De Drakentover



Lang geleden, toen de mensen met hun grote houten schepen naar de kust van Largando kwamen, dachten zij het ware paradijs te hebben gevonden. Een wereld zo vredig en wonderschoon. Hun tocht hierheen had langer dan een half jaar geduurd, maar de wind had hen voortgedreven met spoed. Alsof de grote God Benganol, heerser van de oceanen hun smart had begrepen. De mensen waren gevlucht voor een plaag, zo sterk dat het hun oude wereld Armandia compleet had verteerd en verwoest. Er was niets anders meer van over dan verdriet en bedrog, die heerste onder haar schepsels. En de dood was niet langer een verlosser, maar een sluipende martelaar, die zowel mannen, vrouwen en kinderen greep. Zijn klauwen hadden hen achtervolgt tot op het dek van hun schepen, voordat de vervloekte horizon eindelijk uit het zicht verdween en de wanhopige kapitein, die niet wist waar hij moest zeilen, een spoedgebed ten horen bracht. De sterren hadden zich verscholen achter de grijze wolken. Hij had de hoop al bijna opgegeven, toen een schipper op de zevenentachtigste dag na het vertrek de vogels in de lucht zag terug keren, en de golven kapot braken op ruwe, met algen begroeide rotsen. Toen de Zentus, het grootste schip dat de mensen ooit met hun kennis hadden gebouwd, op grond stuitte, schitterden parelwitte stranden in het zonlicht, met daarachter duinen die bedekt waren met hoog gras dat mee deinde in de wind. Voorzichtig betraden de mensen deze ongerepte natuur. Tot hun grote verbazing leek de kust erg op die van Armandia. In de noordelijke richting waren bossen te zien, aan de voet van een bergketen waarvan de besneeuwde toppen in het wolkendek verdwenen.

Na weken van reizen, ontdekken en verzamelen, begon het mensenvolk zich te vestigen in Largando. Dit gebeurde in een dergelijk rap tempo, dat hun bloedlijnen zich binnen enkele jaren hadden vermengd en uitgespreid over de gehele aardmassa. Er kwamen dorpen in de Laaglanden, gebouwd uit hout en riet, een plaats waar de zomers warm en de winters mild waren. Verschillende soorten fruit en groente groeide hier bijzonder goed. Ook werd er veel veehouderij bedreven. Het vlees van de varkens, de melk van de koeien en de wol van de schapen werd beroemd! Nergens anders was vlees zo mals, melk zo romig, en wol zo warm als in de Laaglanden.

Aan de Noordelijke Bergketens, waar grote naaldbossen het landschap hulden in schaduwen, en de winters streng en bar waren, bouwde men de iets grotere vestigingen. Het waren voornamelijk handelsposten waar de boeren hun goederen konden ruilen of verkopen. Maar niemand ging naar de toppen van de bergen, want het Chi’lles, de sneeuwstormen, werden gevreesd. In het oosten, achter de zogenaamde Iragpas, waar zelden de zon scheen, bevonden zich de velden van Lijirka, een landschap al haast verraderlijker dan een wild beest. Soms was het er heet als in een woestijn, maar op andere dagen woedde er een ijskoude wind, waar haast niets tegen opgewassen scheen te zijn.

In Largando leefde een ras dat uitkeek over deze wereld vol wonderen, een ras bijna zo oud als zij zelf. Zij waren wezens, groter dan een huis, met scherpe en vooral sterke schubben, die bezaaid waren over hun gehele lichaam. Dit waren de Drachnul, de Draken. Zij waren er in veel verschillende kleuren en soorten. Van de donkere gevleugelde Draken die vuur konden spuwen, de Moerasdraken die lichtgroene schubben hadden en met een grote voorkeur voor water dat niet stroomde, en ten slotte de Zilveren Nachtdraken die zongen naar de hemel en de sterren daarin. En in de zee van Benganol, ver bij de kustlijn vandaan, heerste de Chu Karcnam, die een kruising leek te zijn tussen een vis en een slang…

Voor de nieuwe bewoners van Largando waren de Drachnul geen vijanden, maar ook geen bondgenoten. De mensen en de Draken gingen elkaar zo goed als het kon uit de weg, ieder had zijn eigen leefgebied, en rituelen. Maar dat duurde niet lang. Men kwam erachter dat de horens op de kop van een Draak speciale helende krachten hadden. Een oude vrouw die haar been had gebroken kreeg het geraspte horen op haar wond en genas binnen twee weken volledig. Helaas had de Draak hiervoor met zijn leven moeten betalen, die door een jager in de val was gelokt. Eén jager, die nooit iemand eerder had gezien, een vreemde man uit een verre streek. Het medische wonder verspreidde zich snel door Largando en weldra kwamen de boeren, die steeds minder konden verdienen, op het idee jachtpartijen te organiseren. Eén keer in de maand trokken enkele Drakendoders, zoals zij zich waren gaan noemen, de landen door op zoek naar de anders zo vreedzame wezens, die zich nu gedwongen zagen schuil te zoeken in duistere grotten, opgejaagd en verdreven. Hun aantallen slonken zo snel dat er na ongeveer twintig jaar amper nog Draken gevangen werden en de soort in veel geschriften als Uitgestorven beschreven werd…

Het was in het jaar 1455 van de Largandotelling, toen een eerbiedige koning genaamd Binas Gerard, overigens de eerste koning van het land, regeerde vanuit zijn nieuwe kasteel Lei Pita dat aan de voet van het Iraggebergte stond. Het reusachtige gebouw overheerste in de hoofdstad Aarkanas, en telde meer dan zestien verdiepingen, omringt door hoge torens uit steen gehouwen. Vanuit de hoogste torens aan de westkant van het kasteel kon de koning uitkijken over het vlakke land dat zich hierachter uitstrekte. Maar hij maakte zich zorgen om zijn volk, want het was hem tot oren gekomen van een verbitterde oorlog tegen kwade machten. Kwade machten die zijn soldaten altijd iets te sluw afwaren en daarna hun klauwen uitstrekten naar onschuldige kinderen en vrouwen. Hopeloos zocht hij naar een uitweg. Hij zat echter met een probleem, want niemand wist hoe de gedrochten bij naam genoemd werden, wat hun zwakke plekken waren en waar zij woonden. Tot op een mooie zomerse dag een vreemde man aan zijn poort klopte. Hij bleek een mysterieuze tovenaar te zijn die vanuit het noorden zijn weg naar Aarkanas had gevonden. Zijn blauwe mantel was aan flarden gescheurd en hij was verzwakt van de lange reis. Hij vertelde over Demonen, Trollen en Geesten. Binas Gerard bood hem gelijk onderdak aan in zijn kasteel. Want hij wist diep van binnen dat deze wijze man hem misschien kon helpen.

De tovenaar noemde zichzelf Draagonetty. Hij had een grote witte baard die spits toeliep tot aan zijn borst, en een stem die diep klonk als het gebulder van een waterval. Hij was erg scherpzinnig en streng, en weldra weken zelfs de wachten van de koning voor hem aan de kant, uit angst dat hij hen zou omtoveren in iets Onnatuurlijks. Maar Draagonetty zei dan dat hij de koning wilde helpen met het bestrijden van het kwaad, en dat niemand bang voor hem hoefde te zijn. Hij maakte met behulp van zijn krachten een magisch boek. Het kaft was gemaakt van puur goud en de duizenden bladzijden waren beschreven met een ganzenveer gedoopt in het bloed van een zwarte vogel. Toen Binas Gerard het boek in zijn handen hield, waarschuwde Draagonetty hem. Mocht het boek, dat hij zelf de Drakentover noemde, naar de afbeelding van een Drachnul die zijn gehoornde kop achterover sloeg, ooit in verkeerde handen geraken, zou een vloek het land in zijn ban houden en hullen in de diepste duisternis! Dan was ontsnappen voor de mensheid onmogelijk. De koning knikte en beloofde dat de Drakentover in Lei Pita veilig was. Hij zou de magische krachten ervan alleen benutten om goed te doen, en het kwaad uit zijn land te verdrijven. Eenmaal terug in zijn troonzaal liet de koning al zijn raadsleden bijeen roepen en besloot een geheime garde samen te stellen. Hij gaf zijn beste soldaten de opdracht het boek tot alle eeuwigheid te beschermen in een speciale kamer onder het kasteel. De koning noemde zijn nieuwe garde eervol De Eed.

Draagonetty werd het hoogste raadslid van de koning, en uit dank schonk deze hem een kleine Draak, gemaakt van zijn blijkbaar onuitputtelijke magie! De schubben glommen diep rood en zijn ogen leken te fonkelen in het donker. Iedereen in het kasteel vereerde de Draak, en uiteindelijk raakte één van de soldaten gehecht aan het wezen. Hij behandelde hem als een vriend, sprak tegen hem en bracht hem zijn voedsel. Elke avond, nadat de soldaat klaar was met zijn dienst, nam de Draak hem mee, ze vlogen dan hoog boven het kasteel en de stad. Toen de koning van deze bijzondere vriendschap kennis nam, stelde hij voor dat ieder soldaat van De Eed een Draak als beschermer kreeg. De Drachnul, zo lang achterna gezeten, zag een kans zijn leven te redden en ging akkoord met de afspraak. Vanaf die dag mochten er geen Draken meer gedood worden in het koninkrijk van Binas Gerard de Eerste!

Maar op een nacht, het was bitterkoud, kwam groot onheil over Aarkanas. Terwijl de Drakenruiters van De Eed en hun Draken bij de poort van het kasteel een kampvuur hadden aangelegd, klommen rare gedrochten de muren van Lei Pita omhoog. Niemand merkte hen op, en zo konden zij ongestoord de slaapkamer van de koning binnendringen. Pas toen Draagonetty de volgende ochtend op weg was naar de troonruimte merkte hij dat er iets gruwelijks was gebeurd. Het glas van een raam en de tralies daarachter waren omgebogen en natte vlekken trokken een spoor door de met kaarsen verlichte gangen. De tovenaar sloeg alarm en rende achter het spoor aan, dat leidde naar de kamer van Binas Gerard. Hij trof een lege slaapkamer aan. De dekens waren omgewoeld, een spiegel die eerst aan de wand had gehangen lag in duizend stukken op de koude vloer. Iets of iemand was hier vannacht ingebroken, en had de eerbiedige heerser van Largando ontvoerd!

De Raadsleden brachten alle soldaten bijeen totdat er een leger ontstond, groter dan welk Largando in zijn jonge jaren ooit had meegemaakt. In de weken die vergingen was dit leger op pad, bewapend met scherpe zwaarden en harnassen die goud glinsterden in het zonlicht. Ten slotte kwamen de goede en de kwade machten oog in oog te staan, en een gevecht brandde los. Het koninkrijk had de strijd al haast gewonnen, toen een grote zwarte wolk het zonlicht liet verduisteren, en de wijde vlakte van Egoendor veranderde. Vanaf de grote heuvel kwam een reptielachtig wezen tevoorschijn, dat liep op benen als die van een mens. Aan zijn gepantserde borst hingen kettingen met botjes en veren. Hij was de leider. En hij wist dat het leger van Aarkanas maar naar één ding werkelijk op zoek was: hun koning. Het monster haalde iets vanachter zijn rug vandaan. Alle soldaten keken op, en terwijl De Eed eindelijk arriveerde op hun Draken, zagen zij het afgehakte en verschrompelde hoofd van hun koning die zij zo lang vereerd en gediend hadden. Binas Gerard was niet meer, en het leger verloor alle hoop. Mensen zochten her en der naar een veilig heenkomen, er heerste chaos en verdriet. Tussen hen in bevonden zich de vijanden, zij dansten in het duister. Het gegil en gebrul werd door de wind meegedragen over de heuvels naar de stad, waar de ondertussen al half volwassen Draak van de koning op een toren zat. Hij schudde zijn gehoornde kop en gromde diep. Het was hem bewust dat de tijd van de Drakenruiters voorbij was. De afspraken waren niet langer van toepassing en dus waren hij en de rest van zijn ras niet langer veilig in Largando. Met zware vleugelslagen verhief hij zich in het luchtruim en verdween achter een sluier van dichte mist, om nooit meer terug te keren naar deze plaats van onheil…



Een tekst uit Het Boek van Geschiedenis, geschreven in de Donkere Jaren van 1510. “
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://drakentover.hyves.nl/
FROST

avatar

Geslacht : Vrouw Aantal berichten : 110
Punten : 167
Join date : 20-09-09
Leeftijd : 33
Woonplaats : Den Helder

Dragon World
Leeftijd: 25 jaar
Temmer\draak: temmer, clanleider
Partner: niet op zoek, maar waar de liefde valt.. ;)

BerichtOnderwerp: Re: Legende van de Drakentover   wo okt 21, 2009 2:31 am

HOOFDSTUK 1: Voorbereidingen



De regen kwam vandaag met bakken naar beneden, net als vorige week, en de twee weken daarvoor ook al. Benjamin keek uit over het dorpsplein, het was een stormachtige herfst dag en de gezichten van de jagers stonden grimmig. Zij waren bewapend met speren, zwaarden en bogen. Ze stonden te wachten op een sein van hun leider, maar nu waren het enkel donkere gestaltes in een gordijn van regen en harde wind.
Hoewel Benjamin pas eenentwintig jaar oud was, wist hij precies waarom de mannen Tjer-Tac verlieten. Zijn eigen vader, Josbahiel Raziel was onder hen.
Benjamin zag hem staan, een grote, gespierde man met een vlecht in zijn donkere haren, en een kleine baard. Hij had zojuist zijn paard gezadeld en hing de boog om zijn schouder. Verbittert keek hij naar zijn zoon. Benjamin mocht hier eigenlijk niet zijn, en toen zijn vader het paard aan een teugel draaide schreeuwde hij, " Ga terug naar het huis, zoon. Dit is geen plek voor jou! "
De jongen schreef met zijn laars in de modder en knikte met zijn hoofd. Maar diep van binnen wilde hij toch blijven. Dus ging hij maar op de veranda van het huis staan. De wind speelde met het naambord dat aan een ketting vlak naast de voordeur bungelde.
" Als ik over een paar dagen terug keer naar het dorp, is alles schoon en netjes, zijn de eieren in het kippenhok geraapt en is het veld geploegd. Begrepen? "
" Ja, vader. " Antwoordde Benjamin en hij maakte snel een buiging. Hij legde daarna zijn hand op zijn leren vest, zoals iedereen deed in het dorp als gebaar van respect, en toen draaide hij zich om.
" En toch... ", zo begon hij ineens, " wil ik met je mee! "
Zijn vader zuchtte diep. Hij leidde zijn paard naar de veranda.
" Je hebt mij zo vaak vertelt over de wereld daarbuiten, en de jacht. Maar ik heb er nooit aan mogen deelnemen, terwijl de andere jongens van mijn leeftijd dat wel mochten van hun ouders. Waarom wil jij mij klein houden? "
Hij zag het gezicht van Josbahiel verduisteren. Met zijn wenkbrauw opgetrokken boog hij zich dreigend naar hem toe, " Omdat IK denk dat jij er nog niet aan toe bent. Ja, ik heb je veel geleerd door de jaren heen, en ik weet dat het zonder moeder niet altijd gemakkelijk is geweest, maar je moet geduld hebben, Benja. Misschien neem ik je de volgende keer mee, en genieten we samen van de jacht. Tot die tijd wil ik dat jij je gaat bekommeren met het huishouden. Ik ga nu en wil niet verder in discussie. Gegroet, mijn zoon. "
Josbahiel gaf het paard een trap in zijn flank en voegde zich tussen zijn strijdmakkers.

De moeder van Benjamin was al vroeg gestorven, kort na zijn geboorte, en hij herinnerde zich niet aan haar. Josbahiel had hem opgevoed en ze woonden in een vrij groot huis aan de rand van het dorp. Hij bezat de grootste velden en verkocht het meeste vee. Toch kwamen er maar weinig mensen over de vloer bij de familie Raziel. Benjamin vermoedde dat dit kwam door de vaak botte en onvriendelijke uitstraling van zijn vader. Hij was een echte boer, gierig, en bekommerde zich alleen om zijn landgoed en wat dat zou kunnen opleveren. Er verscheen alleen een glimlach op zijn gerimpelde gezicht als iemand een goed bod deed. Geld deed hem meer dan liefde en vriendschap.
Benjamin had zijn vader nooit als een kwaad mens aangezien, maar diens laatste woorden boorden zich diep in zijn al zo verdrietige hart. De tranen stonden in zijn ogen en met hangende schouders droop hij af.
Hij wilde niet meer dan zijn eigen deel, zijn vrijheid, zijn eer. Nu had Benjamin geen vrienden, en geen toekomstige vrouw. En hij was gedoemd zijn leven te verslijten in dit dorp, in het huis van zijn vader, want die zou hem nooit laten gaan. Benjamin was nog steeds de Kleine Jongen van de laaglanden.

Om zijn woede te laten bedaren trapte hij tegen een emmer die meters ver over het erf vloog. Achter hem werd een hoorn geblazen. De stoet jagers verliet het dorpsplein, en Benjamin keek ze na. De paarden kwamen snel op gang en zij hoeven sloegen klonters modder de lucht in. Daarna werd het weer stil in het dorp en verdween de stoet achter een heuvel aan de rand van het bos.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://drakentover.hyves.nl/
FROST

avatar

Geslacht : Vrouw Aantal berichten : 110
Punten : 167
Join date : 20-09-09
Leeftijd : 33
Woonplaats : Den Helder

Dragon World
Leeftijd: 25 jaar
Temmer\draak: temmer, clanleider
Partner: niet op zoek, maar waar de liefde valt.. ;)

BerichtOnderwerp: Re: Legende van de Drakentover   za okt 24, 2009 1:59 am

Benjamin slenterde even later naar de schuur om de taken te gaan verrichten die zijn vader hem had opgedragen. Hij besloot het korenveld te gaan ploegen. In zijn eentje ging hij aan de slag, spande een rund voor een grote kar en verliet het erf.
Maar terwijl hij daar zo bezig was, kwamen er vanaf de andere kant van het dorp een paar kinderen aanrennen. Ze waren ongeveer half zo oud als Benjamin, maar hij voelde dat hier narigheid van zou komen. Ze riepen zijn naam. Kort daarop begonnen zij met stenen te gooien! Het irritante gelach schalde over de velden, en hoewel Benjamin lichamelijk veel kon verdragen werd hij getroffen tegen zijn voorhoofd. Een straaltje bloed liep langs zijn wenkbrauw en hij schoot uit zijn vel. Hij gooide het gereedschap neer en draaide zich om naar de kinderen, die gelijk gestopt waren met het stenen gooien.


" Hebben jullie nou niets beters te doen? " Riep Benjamin en hij waadde met snelle passen door de modderige aarde. De kinderen weken terug tot aan het houten hek, maar toen begonnen ze weer te lachen. Benjamin schudde zijn hoofd en veegde het bloed met zijn handpalm weg. Toen draaide hij zich om en pakte zijn spullen bij elkaar. Gelukkig werden de plaaggeesten op dat moment afgeleid en kon hij het veld verlaten. Het werd al bijna donker en het had geen zin verder te ploegen, aangezien het in het bos de laatste tijd wemelde van de wolven en beren. Dus dreef hij het rund de stal weer in en bekeek zijn zere voorhoofd toen in een grote trog met water. Hij hoopte niet dat de verwonding een litteken teweeg zou gaan brengen.

Nadat Benjamin die runderen en paarden te eten had gegeven, plofte hij neer in een grote hooibaal en deed een moment zijn ogen dicht. Achter zich schuifelde Eknan ongeduldig door zijn box heen en weer. Dit paard was van zijn vader; een hengst met een glanzende, donkerbruine vacht. Maar Benjamin had het beest nooit vertrouwd. Eknan kon lelijk trappen en had hem op jonge leeftijd al eens gemeen gebeten! Zijn vader had hem gekocht op een markt in een van de omliggende dorpen, en Benjamin had altijd al een dergelijk vermoeden gehad dat de oude eigenaar het paard had mishandeld. Voor Eknan was een redelijk lage prijs betaald, maar zijn vader was dol op het beest. Hij vertroetelde hem veel en soms was hij avonden lang in de schuur om zijn vacht te borstelen. Toch nam Benjamin's vader het paard nooit mee op jacht. Hij spande hem ook niet voor de kar, en als hij al ging rijden, dan alleen bij mooi weer, zodat iedereen die buiten onderweg was, hem kon bewonderen.


Benjamin was blijkbaar in slaap gevallen, want hij werd pas laat in de avond wakker. Slaapdronken en een beetje in de war, strompelde hij de schuur uit. Dikke mist had de heuvels bedekt en het bos klonk ver een spookachtig. Benjamin vroeg zich af wat zijn vader nu aan het doen was. Misschien waren hij en de rest van de jagers alweer onderweg naar het dorp. Maar dat achtte hij voor erg onwaarschijnlijk. De jacht kon dagen in beslag nemen, weken, ja zelfs met veel pech ruim een maand.
Hij huiverde. Nu de zon verdwenen was begon het koud te worden. Hij liep het erf over naar het huis. Plotseling bleef hij staan; een moment lang dacht hij in de verte een donkere gedaante te zien in het gras, die gelijk wegschoot. Hoogstwaarschijnlijk was het een hert geweest, dat daar had staan grazen, maar Benjamin stond op scherp. Hij was bedacht op onraad. Het was namelijk vaker voorgekomen dat het dorp overvallen werd door dieven en moordenaars die op de vlucht waren voor de koning. Zijn rijk lag ver weg, maar alle ellende die zich voor deed in de grote steden, die onder zijn hoede vielen, strekte zich uit naar alle hoeken van het land.
Nog even tuurde Benjamin in de mist, maar toen hij niets meer kon ontdekken, vond hij dat het tijd werd voor een goed avondmaal. Zodra hij in het huis was deed hij alle deuren op slot. Hij gooide hout in de kachel en hoopte dat hij het snel niet meer zo koud zou hebben!

Zijn maaltijd bestond uit een paar dikke plakken brood, wat gedroogde ham en één hardgekookt kippenei. Benjamin was geen super goede kok, maar hij kon zich tenminste wel in leven houden. Naast hem op de tafel stond een grote beker met bier, waar hij regelmatig een slok van nam om het droge eten mee weg te spoelen. Natuurlijk had hij voor bier ook naar de plaatselijke kroeg kunnen gaan, maar aangezien het al zo laat was zou hij daar dan wel alleen hebben gezeten, terwijl hij eigenlijk wel behoefte had aan een goed gesprek. En in de kroeg moest je veel betalen. Geld was schaars in Benjamin's familie, en hij hoopte dat daar ooit nog eens verandering in ging komen. Misschien volgend jaar, als de oogst eens een keer niet mislukte, of doormiddel van de Drakenjacht? Hij besloot er niet langer over te piekeren.


Tevreden slaakte hij een boer. Daarna ruimde hij de keukentafel af, die klein uitgevallen was en wiebelde op de houten vloer. Als afsluiting van de dag ging hij in de grote luie stoel van zijn vader zitten en pakte een van de vele boeken die op de vloer stonden opgestapeld. Gierig naar alle informatie struinde hij de pagina's door; maar de teksten waren ouderwets en al snel legde hij het stoffige ding weer bij de andere boeken. Hij besloot maar te gaan slapen, tenslotte moest hij er morgen weer vroeg uit. Gapend liep hij naar de trap en ging naar boven. Hij vernam ineens een bekend geluid. Zijn hart ging sneller slaan.
Benjamin stormde de traptreden weer naar beneden, naar de voordeur. Hij haalde de deur van het slot en rende de kou in. Maar op de veranda voor het huis maakte hij halt. Het was duidelijk een hoorn dat geblazen werd. Deze keer nog luider en dichterbij dan eerst. Om zich heen zag hij vrouwen en kinderen uit de omliggende huizen tevoorschijn komen. Onderling werd er druk gepraat en Benjamin zag een oude vrouw met een hooivork in de deuropening staan. Iedereen was bang dat het misschien weer om een overval ging.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://drakentover.hyves.nl/
FROST

avatar

Geslacht : Vrouw Aantal berichten : 110
Punten : 167
Join date : 20-09-09
Leeftijd : 33
Woonplaats : Den Helder

Dragon World
Leeftijd: 25 jaar
Temmer\draak: temmer, clanleider
Partner: niet op zoek, maar waar de liefde valt.. ;)

BerichtOnderwerp: Re: Legende van de Drakentover   zo nov 01, 2009 10:47 pm

Er kwam een flauw gevoel op zetten in de maag van Benjamin, en hij moest gaan zitten. Diep van binnen hoopte hij dat het zijn vader was die terugkeerde van de jacht; met of zonder prooi. Dat maakte hem op dat moment niet uit.

Vanuit de mist doemden gestaltes op, lang en bewegelijk. Tot Benjamin's opluchting waren het inderdaad de jagers! Maar ze zagen er oh zo vermoeid uit, één van de mannen voorop was gewond aan zijn schouder. Zijn arm bungelde slap langs zijn zij. Zijn ogen waren half gesloten en hij scheen niet erg meer attent van wat er om hem heen gebeurde. Blijkbaar was de jacht niet zonder slag of stoot verlopen.

De stoet werd als maar langer, en het duurde nog een hele tijd voor Benjamin zijn vader zag. Hij had een aantal paarden aan de teugels en probeerde hen te kalmeren. Helaas voor hem met weinig succes, en al snel werd duidelijk waarom de paarden zo van streek waren.

" Ze hebben een Drachnul mee genomen! ", gilde ineens een jonge vrouw vanuit de menigte mensen, die nu een kring begonnen te vormen op het plein. De vrouw struikelde bijna over haar lange grijze rok en weldra bracht zij de kinderen, die natuurlijk erg nieuwsgierig waren, naar de voordeur van hun huis. De deur werd gelijk gesloten en rillend als een rietje kwam zij weer bij de andere mensen staan om te kijken naar het schepsel.

Benjamin merkte niet dat zijn mond open viel van verbazing. Het monster was wit als sneeuw, en lag vastgebonden op een paar gekapte boomstronken. Hij voelde een koude rilling over zijn rug glijden en hield zijn adem in. Voorzichtig verliet hij de veranda en zocht zich een weg door de mensenmassa, dichter naar het karkas.



Een man met een lange speer en grijs haar dat bijna tot over zijn schouders hing kwam tevoorschijn. Hij zag er echt uit als een jager, lang, maar toch gigantisch goed gespierd. Benjamin had hem hier nog nooit eerder gezien en hij vroeg zich af of zijn vader hem meer kon vertellen. Hij glipte weer verder.

De man richtte zich naar de mensen van het dorp en begon luid en duidelijk te roepen, " Aanschouw! Onze buit, dit wezen, wit als sterrenlicht! "

Hij wees met de punt van zijn speer naar de Draak, " Wit als onschuld! Maar niets is minder waar. Dit wezen, is een verschrikking! Een demon uit een andere wereld! Het teisterde al weken onze landen, onze velden, vrat ons vee en haalde uit naar onze vrouwen. Aanschouw, de NachtDraak van de Laaglanden. "

Op het gezicht van de man verscheen een brede grijns en hij draaide zich met een buiging om. Hij verdween al net zo snel als dat hij was gekomen.

Benjamin was nu bijna bij zijn vader aangekomen. Ongerust bleef hij naar de kop van de Draak kijken; hij verwachtte elk moment de ogen te zien open gaan, in paniek en woestenij.

Ineens stond Josbahiel Raziel naast hem, " Is hij niet mooi, zoon? "

" Hoe hebben jullie hem gevangen? ", vroeg Benjamin nieuwsgierig.

Zijn vader knikte even met zijn hoofd, toen zei hij, " We hebben hem midden in de nacht gevangen. Dat monster was aan het zingen naar de maan, vervloekt hoe dan ook, en we zijn hem gevolgd. Diep in de bossen hebben we een val gezet, en niet kort daarna werd hij met touwen aan de grond gehouden. Wij hebben hem bestookt met onze wapens, maar het was een taaie kan ik je vertellen! " Hij lachte hardop.

" Wat is er met hem gebeurd? ", en benjamin wees naar de man met zijn hangende arm.

"Ach, " mompelde Josbahiel, " die stomkop is gestruikeld, meer niet! " Hij wuifde met zijn hand alsof het voorval hem niet interesseerde. Lachend sloeg hij een arm om de schouder van zijn zoon, alsof er ineens nooit woorden tussen hen gevallen waren.

" Het voelt goed weer thuis te zijn, Benja. "

" Ja. Dat vind ik ook. Ik heb je gemist, pap. ", zei de jongen zacht.



De dorpelingen hadden ondertussen alleen nog maar aandacht voor de dode Draak. Ze hadden messen, bijlen en andere werktuigen gehaald waar ze mee konden hakken en snijden. Iedere man of vrouw kreeg om de beurt de kans het hoorn weg te schrapen dat de ivoor witte kop sierde. Hier werden de verwondingen en ziektes mee behandeld. Hompen vlees werden in vaten gegooid en op zout gezet. Voor de slechte tijden, zeiden ze, of voor de verkoop. Drakenvlees smaakte erg goed in combinatie met groentesoep.

Nadat de horens op de kop niet meer waren geworden dan stompjes, begonnen de dorpelingen aan de stekels op de staart en de rug. De vier ledematen werden afgehakt, net als de slordig opgevouwen vleugels. Daarna werd het karkas aan de weke buik opengesneden en haalden twee mannen de ingewanden uit het lichaam, wat gedumpt werd in de nabij liggende rivier. Met de botten, die uiteindelijk over zouden blijven, gebeurde hetzelfde.

Benjamin's vader had kort na het verslaan van de Drachnul een staart stekel uitgetrokken als aandenken aan de succesvolle jacht. Hij had hem thuis schoongeveegd met een beetje droog hooi. Hij kookte hem uit en daarna hing hij hem aan zijn riem.

Benjamin kende het steeds terugkerende ritueel. In de slaapruimte van Josbahiel lagen honderden schubben, stekels en tanden.



Zo gingen er dagen, weken voorbij zonder dat er verder iets speciaals gebeurde. Hooguit dat er een paar soldaten van de koning in de kroeg waren geweest die dronken werden van het vele bier. Zij hadden de hele avond luid verhalen zitten vertellen over hoe het er aan toe ging achter de laaglanden. Blijkbaar was er ruim een half jaar geleden een nieuwe koning gekozen die Jaarran heette. Hij was jong, had blond haar en regeerde met strenge hand over zijn onderdanen. Nu had hij ook opdracht gegeven om nieuwe mannen te ranselen voor het leger. De soldaten vonden het maar al te best, want het plunderen werd nu sneller de kop ingedrukt. Zij konden toch wel verkeren in rijkdommen en elke vrouw krijgen die zij wilden. Tenminste, daar gingen ze die avond van uit. Iedereen in het dorp was opgelucht toen ze uiteindelijk vertrokken en zich voegden bij de rest van hun patrouille achter de grens.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://drakentover.hyves.nl/
FROST

avatar

Geslacht : Vrouw Aantal berichten : 110
Punten : 167
Join date : 20-09-09
Leeftijd : 33
Woonplaats : Den Helder

Dragon World
Leeftijd: 25 jaar
Temmer\draak: temmer, clanleider
Partner: niet op zoek, maar waar de liefde valt.. ;)

BerichtOnderwerp: Re: Legende van de Drakentover   do dec 03, 2009 6:15 pm

Wat vinden jullie hier van? Als er genoeg animo is zet ik meer neer..
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://drakentover.hyves.nl/
Rage

avatar

Geslacht : Vrouw Aantal berichten : 394
Punten : 473
Join date : 21-01-10
Leeftijd : 34
Woonplaats : katwijk n.b.

Dragon World
Leeftijd: 350 jaar
Temmer\draak: I only have servants!
Partner: Who shall desire my heart?

BerichtOnderwerp: Re: Legende van de Drakentover   zo jan 24, 2010 1:40 am

ik vond het een mooi verhaal.
ik zelf schrijf ook
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
FROST

avatar

Geslacht : Vrouw Aantal berichten : 110
Punten : 167
Join date : 20-09-09
Leeftijd : 33
Woonplaats : Den Helder

Dragon World
Leeftijd: 25 jaar
Temmer\draak: temmer, clanleider
Partner: niet op zoek, maar waar de liefde valt.. ;)

BerichtOnderwerp: Re: Legende van de Drakentover   ma feb 08, 2010 9:13 pm

Ik ga van de week weer even een update plaatsen:)
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://drakentover.hyves.nl/
Angel
moderator
avatar

Geslacht : Vrouw Aantal berichten : 409
Punten : 489
Join date : 18-04-09
Leeftijd : 20
Woonplaats : Voorburg

Dragon World
Leeftijd: Ongeveer 500 zomers
Temmer\draak: Hen met een puur hart ben ik bereid te helpen...
Partner: Razor... You found the key to my heart...

BerichtOnderwerp: Re: Legende van de Drakentover   ma feb 08, 2010 10:36 pm

ja!!! je moet echt verder gaan!

ik heb een leuk ideetje!
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
FROST

avatar

Geslacht : Vrouw Aantal berichten : 110
Punten : 167
Join date : 20-09-09
Leeftijd : 33
Woonplaats : Den Helder

Dragon World
Leeftijd: 25 jaar
Temmer\draak: temmer, clanleider
Partner: niet op zoek, maar waar de liefde valt.. ;)

BerichtOnderwerp: Re: Legende van de Drakentover   di feb 09, 2010 1:03 am

Op de laatste dag van de maand kwamen de sterkste mannen van het dorp weer bij elkaar voor een onderlinge, geheime vergadering. Langzaam werd het weer tijd voor de jacht. De jacht op de Drachnul. Het vorige exemplaar had best wat geld opgebracht, mede doordat hij een speciale soort was geweest, en dus werd er besloten weer diezelfde gebieden op te zoeken.

Het was laat in de avond toen Josbahiel zijn zoon riep vanuit de woonkamer. Hij vroeg hem mee te komen naar buiten. De jongen was ineens klaar wakker en hij verheugde zich op dat wat komen zou. De jacht was misschien levensgevaarlijk, maar voor hem de kans zich te bewijzen in het dorp, tegenover de andere jongens die net zo oud waren als hij.

Na een korte, koude wandeling door de straten van Tjer-Tac kwamen ze aan bij een groot oud huis dat behoorde tot Tarén Berkelboom. Hij was van beroep hoefsmid, maar voegde zich elke keer weer bij het jagen vanwege zijn ervaring en voor het plezier; hij wilde niet altijd thuis blijven hangen. Daar wordt je oud van, en grijs, zei hij altijd tegen iedereen. Toen hij nog een jonge man was, had hij een paar jaar gediend voor de vorige koning Binas Gerard. Maar hij vond het dienen in het leger al net zo saai als thuis ijzers slaan voor de paarden. Het was elke dag hetzelfde, bij de poort van de stad staan en mensen controleren. Maar zelden liep het uit tot een gevecht; zo goed waren de steden toen beschermd. Hij keerde dus terug, teleurgesteld, naar zijn dorp, maar met een dikke buidel centen voor zijn kinderen. Zelfs toen die zijn huis verlieten, en zijn vrouw overleed, had hij nog geld over om te leven in luxe! Nu financierde Tarén een gedeelte van de jacht op de Draken, hij kocht de wapens en betaalde zijn mannen goed. Iedereen die zaken met die man deed, was tevreden in Tjer-Tac.



De sterren vonkelden helder aan de hemel, de maan die bijna vol was belichtte de gevel spookachtig. Van binnen klonken er gezellige geluiden; lachende en pratende stemmen. Tarén was dus blijkbaar niet alleen. Magisch aangetrokken door de gezelligheid stapte Benjamin als eerste naar binnen. Daar trof hij een grote, ronde eiken tafel aan, met Tarén en nog een paar mannen die hij niet herkende. Het gelach verstomde gelijk. Iedereen keek op naar de ietwat verlegen jongen die daar in de deuropening stond. Even dacht Benjamin dat ze hem zouden gaan uitlachen. Maar toen zijn brede vader langs hem heen glipte leek de spanning in één klap verdwenen. De smid en de mannen naast hem stonden allemaal op en omhelsden Josbahiel alsof ze altijd al goede vrienden waren geweest.

Tarén nam het woord en zei, " Josbahiel, het doet me goed je weer eens te zien! Wij vroegen ons al af waarom je zo laat was!”

Hij wees naar Benjamin die het liefste onder de tafel wilde kruipen om zich te verstoppen voor al die vragende blikken. “Dus DAT is de jongen die graag mee wil doen aan de jacht?! “

Tarén greep de jongen aan zijn schouder en rammelde hem stevig door elkaar. Daarbij ging de smid bijna zelf onderuit, hij kon zich nog maar net afsteunen aan de tafelrand en er werd hartelijk gelachen. " Mensen, ga toch zitten allemaal! Er is bier voor iedereen! "

Benjamin kon de adem van de man ruiken en kreeg al bijna spijt van zijn beslissing.



Aan de rechterkant van het vertrek ging een deur open en er verscheen een lange, magere man. Zijn naam was Althanus. Hij was de oudere broer van Tarén en één van de beste Drakenjagers in het dorp.

Josbahiel wilde plannen zien en begon over het geld wat te verdienen viel.

" Wij waren druk aan het overleggen, " zei Althanus, " voordat jullie binnen kwamen. En we zijn, zoals je weet Josbahiel, vorige keer op nogal wat verzet gestoten. Het is niet gemakkelijk even een nieuwe route uit te stippelen zonder onopgemerkt te blijven! "

" Uitstippelen? " lachte Josbahiel, “ Er valt helemaal niets uit te stippelen. Er moeten koppen rollen, en die zullen rollen, of er nu soldaten zijn of niet! “

Tarén stak zijn hand op en nam het woord over. Hij legde uit dat de dood van de witte Draak niet onbemerkt was gebleven. De jacht had plaats gevonden aan de uiterste grens van de Laaglanden, en alles wat daarachter lag, behoorde officieel tot het koninkrijk. En daar waren de Drachnul volgens de wet nog steeds beschermd.

" Waarom is dat? " vroeg Benjamin gespannen. Hij begreep niet wat Tarén bedoelde.

" Het schijnt dat de oude koning van Lei Pita het verzonnen heeft om zijn persoonlijke garde onder bescherming te stellen. Die mannen hadden Draken als rijdier. Kunnen jullie je dat voorstellen? Draken! "

Benjamin krabde zich over zijn kin, " Dus als ik het goed heb, is het rijk nog steeds in bezit van die monsters? "

" Oh nee, " zei Tarén weer zachtjes, " ik denk dat ze al lang geen rijdieren meer hebben, aangezien er ooit een conflict schijnt te zijn geweest. De rijders hebben zich tegen hun koning gekeerd en zijn er toen vandoor gegaan. Niemand weet waarheen. Het is al bijna een legende geworden. Maar we mogen geen onnodige risico's nemen door te sollen met de soldaten. Regels zijn regels.. laten we er niet om heen draaien, die regels worden te vaak overtreden en dan zullen er onschuldige mensen het slachtoffer worden van die barbaren! Het gaat er niet meer rechtvaardig aan toe sinds … " Hij stopte met praten en staarde voor zich uit. Benjamin dacht dat hij misschien moest denken aan zijn eigen verleden bij het hof.

Althanus legde een grote kaart op de tafel en wees naar een paar punten die steden voorstelden. Onderling begonnen de mannen weer druk te praten. Er kwam van buiten zelfs nog iemand bij. Dit was een grote, stevig gebouwde kerel met een lange, rode baard. Het was Ijvel, een man die zich niet vaak liet zien onder het volk. Benjamin wist dat er dorpelingen waren die echt doodsbenauwd waren voor hem. Hij begreep nu waarom, want Ijvel was de meest dreigende gestalte die hij ooit had gezien. Zelfs zijn vader leek haast een dwerg.

Met zware, logge stappen kwam hij naar de tafel en zijn donkere ogen fonkelden gevaarlijk. Het werd stil in de kamer, alleen Tarén leek niet verrast.

" Ijvel, " zei hij, " Is er nog nieuws uit de Noorsbergen? We hebben ons plan net uit de doeken gedaan en Josbahiel, de goede man hier, neemt zijn zoon mee. "

" Aha! Dus hij weet wat hem te wachten staat? " gromde Ijvel, " Is hij wel opgewassen tegen de lange reis, weinig voedsel en water, het kille weer in de bergen, en tot slot, de strijd zelf? " Hij keek naar Benjamin met een mengeling van achterdocht en spot.

De jongen slikte en antwoordde, " M...Meneer, het was mijn eigen beslissing. Ik wilde al zo lang mee doen aan de jacht. Ik ben oud genoeg nu en ik ben niet b..bang voor een..d..d..draakje wat vuur spuwt. "

Hij durfde Ijvel niet aan te kijken. Hij zag alleen zijn grote borst, en een sterke hand die rustte op zijn leren riem, met daaraan een bijl.

" Zo zal het zijn dan. " Ijvel grijnsde, maar het was geen vriendelijk gebaar tegenover Benjamin, die zich heel onderdanig vond.



De tijd verstreek, en na lange discussies die tot het vroege ochtendgloren hadden geduurd, was iedereen het met elkaar eens. Eindelijk.

" Luister mannen, " Tarén ging verzitten en richtte zijn aandacht weer op de kaart voor hem. Met zijn wijsvinger drukte hij stevig op het papier, ergens op de rechterbovenhoek.

" We steken dus de rivier over, gaan het Beeksbergpad op richting de Noorsbergen aan de zuidkant van de grens. Hier zijn door Ijvel al Drachnul sporen gevonden en er zijn weinig soldaten. Dit gaat geen gemakkelijke jacht worden, dat is het nooit geweest overigens, maar als we het redden dat beest in een val te lokken, net als de vorige keer, dan zou dit het dubbel en dik waard zijn. Voor iedereen. "

Althanus knikte instemmend en hij sloot de vergadering af.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://drakentover.hyves.nl/
FROST

avatar

Geslacht : Vrouw Aantal berichten : 110
Punten : 167
Join date : 20-09-09
Leeftijd : 33
Woonplaats : Den Helder

Dragon World
Leeftijd: 25 jaar
Temmer\draak: temmer, clanleider
Partner: niet op zoek, maar waar de liefde valt.. ;)

BerichtOnderwerp: Re: Legende van de Drakentover   wo feb 10, 2010 12:23 am

HOOFDSTUK 2: de jacht



De volgende morgen werd Benjamin wakker door gestommel in de gang, en met een brede grijns op zijn gezicht richtte hij zichzelf op. Vandaag was het eindelijk zo ver! Vandaag mocht hij met de jagers mee het diepe woud in, op zoek naar een Draak. Hij sprong uit zijn bed en trok gelijk zijn kleren aan. Nadat hij zijn laatste laars dichtgebonden had met dikke lederen koorden, zag hij vanuit zijn ooghoek van de kamer een vreemd glimmend object liggen. Hij draaide zich om en liep er naartoe.

Tot zijn verbazing was het een groot zwaard. Het handvat was van puur zilver, met daarop een inscriptie: Istrac Mardé Inventra, wat zoveel betekende als Witte Ster van de Dood in de Oude Taal. Toen hij het zwaard oppakte en het aandachtig bekeek voelde het bijna aan alsof het altijd al deel uitgemaakt had van zijn leven. De kling was ongeveer één meter lang maar niet dik, het viel Benjamin op dat hij het zwaard met één hand makkelijk kon tillen!

Bij de muur stond nog een ander geschenk voor de jongen, een breed schild van geslagen ijzer. Op de voorkant stond een blauwe vlam geschilderd. Benjamin kon zich er bijna geheel achter verschuilen en hij stelde zich even voor hoe het was oog in oog te staan met een Draak. Helaas was het schild een stuk zwaarder dan het zwaard en hij moest het na een paar minuten weer neer leggen. Vechten met allebei zou moeilijk worden!



Het had die nacht weer geregend en de paden waren bezaaid met grote plassen modderig water. Uit het westen kwam een gure wind opzetten, de voorbode voor een strenge winter. De bladeren die nog dapper aan de takken van de bomen hadden gezeten, werden nu voorgoed weggeblazen. De dagen waren maar kort en eigenlijk was het geen goede tijd voor de dorpelingen om te gaan jagen. Zij wisten dat de Draken zich in de winterperiode in hun ondergrondse holen gingen verschuilen om maar weg te blijven van sneeuw en ijs.



Toen Benjamin het huis verliet met zijn nieuwe zwaard en schild, zag hij dat de hengst van zijn vader, Eknan, al klaar stond voor vertrek. Naast hem stond Lestan in de modder; een oud boerenpaard, donkerbruin van kleur met grijze vlekken op de billen. In tegenstelling tot Eknan had Lestan geen staart, alleen een kleine knobbel met donker haar. Het dier stond bijna tot zijn enkels in het vieze water. Benjamin zuchtte diep; dit was niet wat hij had verwacht, maar hij zou het er mee moeten doen. Hij wist dat Lestan hem niet zou kunnen redden als het op snelheid aankwam, maar hij was allang blij dat het paard niet zulke kuren vertoonde als Eknan, die alweer onrustig stond te draaien. Er waren twee mannen voor nodig om hem ervan te hinderen niet op de vlucht te slaan! De boeren jongen snapte niet waarom zijn vader dit dier verkoos om op jacht te gaan.



Nadat Josbahiel in het zadel was gaan zitten knikte hij naar zijn zoon, " Laten we gaan, Benja. "

Hij gaf de hengst een stevige trap in zijn zij en Eknan schoot vooruit. Modder vloog van de grond langs de hoeven en Benjamin voelde spetters modder op zijn wangen. Hij haatte dat paard! Voordat hij het erf af draafde, achter zijn vader aan, keek hij een laatste keer om naar het huis waar hij bijna 20 jaar had gewoond. Van binnen kreeg de jongen een vreemd gevoel; alsof hij nooit meer thuis zou komen. Geschrokken schudde hij de gedachte van zich af en zette zijn weg voort naar het hoofd plein van het dorp.

Eenmaal onderweg zag hij ineens allemaal dorpelingen die naar hen keken. En vooral naar hem. Zij onderbraken hun dagelijkse bezigheden en draaiden hun gezichten, sommige leken verbaasd, andere jaloers of juist angstig. Benjamin knikte hier en daar beleefd. Een oude vrouw met lang grijs haar en een versleten jurk die geen kleur meer had, ging op haar knieën om een gebed te spreken. Waarschijnlijk wilde zij dat hij nu beschermd zou worden voor de lange reis vol onheil. Haar woorden klonken als de Oude Taal, die Benjamin amper verstond. Een taal die hun voorvaderen voor enkele honderden jaren mee hadden genomen over de zee van Benganol.



Bij het huis van Tarén aangekomen zag Benjamin dat zich nog twee mannen hadden aangesloten bij de groep. Het was een tweeling uit het dorp dat een paar mijl verderop lag achter de velden. Benjamin kende de jonge mannen van zien, maar had ze nog nooit gesproken. Hun namen waren Drendöl en Est’hern. Zij waren bij de jacht betrokken op hun muilezels, die wederom grote balen met hooi droegen, te zwaar voor een normaal paard.

Een paar meter bij de blond harige tweeling vandaan ontdekte Benjamin zijn vader, die druk in overleg scheen te zijn met Tarén. Althanus en Ijvel stonden bij de rand van het bos, vlak bij het pad dat wegleidde van hun dorp. Ook zij waren gekomen op mooie, en vooral behendige paarden. Even voelde Benjamin zich niet op zijn gemak en was hij jaloers. Hij omklemde de teugels nog iets steviger en probeerde er het beste van te maken.

De stoet kwam in beweging. Achter Benjamin hadden zich alle dorpelingen verzameld. Hij beet op zijn lip en nam zichzelf voor het allen te bewijzen dat hij het bloed in zich droeg om een echte Drakendoder te zijn. Dus keerde hij Lestan om en stak zijn hand een laatste maal in de lucht, als dankbare groet aan iedereen. Daarna galoppeerde hij achter de andere jagers aan, die al bijna verdwenen waren in het bos.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://drakentover.hyves.nl/
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Legende van de Drakentover   

Terug naar boven Ga naar beneden
 
Legende van de Drakentover
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Dragon World :: Algemeen :: Off-game :: Creatief-
Ga naar: